Met de Groeten van Twan

Journalist en schrijver Twan Dohmen neemt je mee op zijn ‘ontdekkings tocht’ door het Land van Cuijk.

Een zonnige middag in de Maasheggen tussen Oeffelt en Beugen. De regen drupt nog na, plassen water staan op de onverharde weg. Met een pet op, regenjas aan, laarzen aan de voeten en een zaag in de hand komt Marius Grutters me tegemoet. De Vierlingsbeker is dé kenner van het natuurgebied langs de Maas, grofweg van Cuijk tot Maashees. Hij schreef er een boek over – Parel van mens en natuur – en helpt mee bij het jaarlijkse NK Maasheggenvlechten, iedere tweede zondag in maart.

Marius is vooral een natuurman. Hij heeft zijn eigen weilanden in het Maasheggengebied. Niet om er zijn koeien te laten grazen, nee het gaat hem erom de natuur een handje te helpen. Elke vrijdagmiddag om de twee weken snoeit hij heggen, met hulp van andere liefhebbers en vrijwilligers. Hij plant bij waar nodig. En geeft tekst en uitleg voor wie er een ritje door de modderige landerijen voor over heeft.

foto Maasheggen - foto Shutterstock

Julius Caesar in de Maasheggen

Een held voor Marius is de Romeinse Keizer Julius Caesar. Hij beschreef in zijn Bello Gallica de ondoordringbare heggen. Niet alleen voor koeien waren de heggen een versperring in de tijd dat prikkeldraad nog niet was uitgevonden, ook de legers van de Keizer wisten zich geen raad met die gevlochten heggen. De Heerweg – de Romeinse weg richting de brug in Cuijk en naar de stad Nijmegen – ligt enkele honderden meters landinwaarts. Het leger van Julius Caesar heeft hier in de buurt veel gevochten, hele volkeren zijn uitgemoord, maar of de Keizer zelf in Oeffelt is geweest wordt nergens vermeld.

Het is stil deze wintermiddag. Ik hoor vogelgeluiden. Kraaien. Ganzen die even verderop aan de Maas uitrusten. Honderden jaren oud zijn de meidoorns – de basis van de heggen - soms. De sleedoorn overwoekert de meidoorn, reden voor Marius en zijn maten de zaag er af en toe in te zetten. De rozenbottels van de wilde roos vormen een kleurrijk detail in de heggen. De bottels trekken zangvogels aan, van alle soorten vinken en mezen, mussen, de groenling en de putter en een buizerd die toeziet op zijn prooi. Even verderop zijn de bessen van de kardinaalsmuts rijp om opgegeten te worden door het gevogelte.

Licht en lucht

De meidoorn moet licht en lucht krijgen, vandaar dat snelgroeiende struiken als de sleedoorn in bedwang worden gehouden. Van de andere kant worden nieuwe wilgen geplant om de heggen steviger te maken en houvast te geven. In zijn weiland heeft Marius afgelopen najaar een poel gegraven. Want ook amfibieën en reptielen moeten een habitat krijgen. Een zwembadje in het Maasheggengebied voor de groene padden, de geelzwart gekleurde salamanders en kikkers groot en klein.

Marco van de Plasse uit Boxmeer schreef in 2009 ook een boekje met haiku’s (korte drieregelige gedichten) over de Maasheggen: ‘een pad en een heg, in eindeloos verlangen om alleen te zijn’ of bijvoorbeeld ‘schuilen in de heg, onverstoorbaar kwettert de gevlochten liefde’. Lopend door de weilanden wijst Marius op de kruidentuin op één van zijn percelen. Hij heeft er graan, mosterdplanten, vlas en quinoa (beter bekend als een nieuw soort superfood) laten zaaien.

Ook weer goed voor de vogelstand. Want het gaat de natuurman niet om zakelijk gewin van het hebben van een lapje grond, het gaat hem puur om de natuur. De Maasheggen zijn immers het grootste heggengebied van Nederland. En eigenlijk ook het meest onbekende natuurgebied van ons land. Terug bij zijn auto zie ik de gereedschappen liggen in de achterbak. Gereedschappen die ook weer bij het NK Maasheggenvlechten voor de dag komen. Doel van het NK: het eeuwenoude ambacht van het heggenvlechten onder de aandacht te brengen. Én de heggen zelf te promoten aan en groter publiek. Dat laatste lijkt te lukken.

Dieuwertje Blok van het programma Landinwaarts maakte onlangs nog een mooi item over de heggen op de televisie. Maar misschien is het ook wel beter als op al die andere dagen buiten het NK om de weldadige rust de overhand heeft in de Maasheggen!

Bron: Land van Cuijk magazine - column Twan Dohmen